'Bevestiging van existentie is in feite niets anders dan ontkenning van het getal nul.'
Gottlieb Frege in Grundlagen der Aritmetik (1884)
Ik weet niet wat niets is. Niets kan ik mij niet voorstellen. Is er überhaupt wel iets wat niets is? Is het niet-zijnde dat wij ons voorstellen niet gewoon het niet-zijnde, dus zijnde het niet-zijnde? Ik weet het niet.
Gelukkig ben ik niet de enige (geweest) met zulke vragen. Parmenides, een presocratische filosoof die leefde rond 515 v. Chr., heeft deze complexe gedachtegang, naar mijn mening, fenomenaal omgezet in woorden, zodat het ongrijpbare enigszins grijpbaar is geworden. Hij schrijft: 'Van datgene, wat het ook maar is, dat men zich als ‘zijnde’ voorstelt, moet men zeggen dat het is en kan men niet zeggen dat het niet is.' Namelijk als wij ons iets voorstellen, wil dat zeggen dat het 'is', aangezien wij het niet-zijnde ons niet zouden kunnen voorstellen.
Ondanks dat ik bovenstaande theorie bewonderenswaardig vind, benauwt het me. Het doet realiseren dat ik nooit zal kunnen ontsnappen aan mijzelf, dat mijn rede onlosmakelijk verbonden is met mijn zijn. Zodra mijn zijn ophoudt, zal mijn rede ophouden en vice versa. Opgesloten in het bestaan dat ik leid, dat overigens geheel niet slecht is, zal ik altijd blijven verlangen naar een uitweg die anders is dan het niets van de dood. Als ik Parmenides zou moeten geloven, moet ik proberen me het niets van de dood voor te stellen. Ik doe mijn best..
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
donderdag 19 januari 2012
donderdag 12 januari 2012
Kinderwens
'We houden zoveel van het leven, dat we alleen nog aan de dood kunnen denken.'
Remco Campert (1929) uit: Waar is Remco Campert (1978)
Het hebben van een kind lijkt mij ondraaglijk.
Het risico dat alles fout kan gaan, dat ik het hoopvolle leven van een ontschuldig kind volkomen zou kunnen ruïneren, beangstigt mij. Ik zou de verantwoordelijkheid niet willen dragen.
Natuurlijk - ik kan me goed voorstellen dat een kind krijgen prachtig is. Een nieuw leven, gegoten in rimpelige vingertjes, spartelende beentjes, stralende oogjes en aandoenlijke lachjes. Niets in de wereld mooier dan het kleine prulletje in de handen.
Waarom altijd de angst te verliezen? Het kilt mij constant.
Geen plezier beleef ik langer dan een moment. Een moment. Nadien is het slechts de angst te verliezen wat tegelijkertijd al verloren is gegaan. De angst voor het niets. De angst voor de dood.
Remco Campert (1929) uit: Waar is Remco Campert (1978)
Het hebben van een kind lijkt mij ondraaglijk.
Het risico dat alles fout kan gaan, dat ik het hoopvolle leven van een ontschuldig kind volkomen zou kunnen ruïneren, beangstigt mij. Ik zou de verantwoordelijkheid niet willen dragen.
Natuurlijk - ik kan me goed voorstellen dat een kind krijgen prachtig is. Een nieuw leven, gegoten in rimpelige vingertjes, spartelende beentjes, stralende oogjes en aandoenlijke lachjes. Niets in de wereld mooier dan het kleine prulletje in de handen.
Waarom altijd de angst te verliezen? Het kilt mij constant.
Geen plezier beleef ik langer dan een moment. Een moment. Nadien is het slechts de angst te verliezen wat tegelijkertijd al verloren is gegaan. De angst voor het niets. De angst voor de dood.
zondag 1 januari 2012
2012
'Could we start again please?'
Maria Magdalena in de musical Jesus Christ Superstar
Eindelijk dan is het jaar van de ondergang van de wereld aangebroken. 2012. Het jaar des doods.
Ik zou graag geloven in dat lot, dat alles en iedereen op hetzelfde moment zal vergaan en wie weet ergens anders een nieuw bestaan op zal kunnen bouwen, want wees eerlijk: een nieuw bestaan klinkt toch zo slecht nog niet?
Mijn doden (want zo moet leven na de dood logischerwijs genoemd worden) zou geheel door mij geregisseerd kunnen worden, in tegenstelling tot mijn leven, want nog geen licht had ik gezien of anderen beschikten al over mijn lot. Nu ben ik slechts een voortzetting van hoe ik was voor (of door) anderen.
Maar tijdens het doden zou het niet zo zijn. Tijdens het doden zou ik precies zo worden als anderen mij zich nooit hebben voorgesteld, simpelweg omdat zij zich van het doden onmogelijk iets hebben kúnnen voorstellen, laat staan van mij tijdens het doden. Een verademing zou dat zijn. Ik zou doen wat ik nooit had kunnen doen of juist wat ik altijd al deed, om het eindelijk eens te kunnen doen zonder reden. Iedereen zou zo doden. Iedereen zou naast elkaar kunnen doden, met elkaar kunnen doden, zonder elkaar kunnen doden. Het zou een vreedzame samendoding zijn, hoe dan ook.
Maar helaas geloof ik niet in dat lot. Ik geloof dat ik op een gegeven moment alleen moet sterven, afscheid moet nemen van degenen die ik liefheb, ondanks dat ze me mijn leven lang hebben gevormd, zonder dat ik ze ooit terug zal zien, want geloven in leven na de dood doe ik net zo min.
Maria Magdalena in de musical Jesus Christ Superstar
Eindelijk dan is het jaar van de ondergang van de wereld aangebroken. 2012. Het jaar des doods.
Ik zou graag geloven in dat lot, dat alles en iedereen op hetzelfde moment zal vergaan en wie weet ergens anders een nieuw bestaan op zal kunnen bouwen, want wees eerlijk: een nieuw bestaan klinkt toch zo slecht nog niet?
Mijn doden (want zo moet leven na de dood logischerwijs genoemd worden) zou geheel door mij geregisseerd kunnen worden, in tegenstelling tot mijn leven, want nog geen licht had ik gezien of anderen beschikten al over mijn lot. Nu ben ik slechts een voortzetting van hoe ik was voor (of door) anderen.
Maar tijdens het doden zou het niet zo zijn. Tijdens het doden zou ik precies zo worden als anderen mij zich nooit hebben voorgesteld, simpelweg omdat zij zich van het doden onmogelijk iets hebben kúnnen voorstellen, laat staan van mij tijdens het doden. Een verademing zou dat zijn. Ik zou doen wat ik nooit had kunnen doen of juist wat ik altijd al deed, om het eindelijk eens te kunnen doen zonder reden. Iedereen zou zo doden. Iedereen zou naast elkaar kunnen doden, met elkaar kunnen doden, zonder elkaar kunnen doden. Het zou een vreedzame samendoding zijn, hoe dan ook.
Maar helaas geloof ik niet in dat lot. Ik geloof dat ik op een gegeven moment alleen moet sterven, afscheid moet nemen van degenen die ik liefheb, ondanks dat ze me mijn leven lang hebben gevormd, zonder dat ik ze ooit terug zal zien, want geloven in leven na de dood doe ik net zo min.
Labels:
2012,
dood,
filosofie,
leven,
Rianne van Dam
Abonneren op:
Posts (Atom)